| Dit is een artikel van Philippe Gits |
|
Vermoeidheid
en het belang van een
bewuste en gerichte activiteit Veel personen zijn
tegenwoordig
vermoeid en uitgeput. Er zijn meerdere factoren
die een rol spelen bij vermoeidheid. De
werkomstandigheden bijvoorbeeld zijn bij velen niet direct optimaal,
maar soms eerder
een bron van angst en spanningen. De voortdurende onzekerheden,
spanningen,
‘struggle for life’ belasten het zenuwstelsel en daardoor ook het
stofwisselingsleven. Ook de relationele spanningen mogen niet
onderschat
worden. Je komt bijvoorbeeld vermoeid thuis na een zware dagtaak, maar
door een
onevenwichtige relatie kan je ook thuis geen rust vinden of escaleren
de
spanningen nog, wat het zenuwstelsel en het stofwisselingsleven
werkelijk geen
tijd geeft om tot een rust te komen en zelfs nog meer belast en uitput. Alles wat kwetsend op ons
afkomt zoals vernederingen, afbrekende kritiek, uitgescholden worden,
brengt
een innerlijke scheiding met zich mee tegenover de omgeving, tegenover
derden
en tegenover onszelf. Al deze kwetsende gevoelens kunnen leiden tot
isolement
en eenzaamheid. Dit belast het
zenuwstelsel en leidt tot uitputting. Ook
emotionele afhankelijkheden en symbiotische verhoudingen zoals
verwachtingshoudingen doen ons krachten
verliezen. We kunnen eens kijken hoe we
vanuit het standpunt van de yoga in een algemene versterking kunnen
komen en
ook hoe we door innerlijke passiviteit in een verzwakking, in een
uitputting
terechtkomen. De manier waarop we met het
gevoelsleven omgaan kan meer een opbouw of een afbouw met zich
meebrengen.
Anders uitgedrukt: de gevoelens kunnen je meer in verbinding brengen en
zo een
meer opbouwende uitwerking hebben of de gemoedskrachten kunnen
daarentegen in
een zwaarte leven waardoor ze een isolerende uitwerking hebben en je bij jezelf bemerkt dat je krachten
verliest, dat je zwakker wordt. Hoe kunnen de
gemoedskrachten
nu verbindend werken waardoor er meer een opbouw plaatsvindt en vooral
hoe kan
je zoiets werkelijk waarnemen? Bij vermoeidheid voelt de
persoonlijkheid zich
niet echt verbonden. Je kent wel dit gevoel als je moe bent. Je zit in
de zetel
en je wilt niet gestoord worden. Een gevoel van ‘laat mij zijn’, ‘laat
mij
gerust’ neemt de bovenhand. Iedereen kent deze gevoelens wel en heeft
ze nu en
dan. Dit is natuurlijk niets dramatisch, maar als dit heel regelmatig
of
volcontinu het geval is leeft er in de gevoelens van de persoon een
dramatische
wens naar eenzaamheid, isolement. De persoonlijkheid leeft dan meer in
een
voortdurende afhankelijkheid tegenover een zwaarte, een loomheid en dit
is
tekenend voor een isolement. De persoon leeft afgescheiden van de
omgeving of
de leefwereld. Deze wens naar terugtrekking, een in zichzelf gekeerd
zijn,
verhindert een levendige deelname met de leefwereld. Hij zinkt in een
niet
gewenste zwaarte en lichamelijke afhankelijkheid en alle storende
gevoelens en
gedachten komen ongewenst naar boven. Om uit
deze zwaarte te komen en om zich te ontspannen kan er bijvoorbeeld een
uitstapje gemaakt worden waarbij je dan op het gemak ergens naartoe
gaat,
geniet van de omgeving, eventueel eens in de zon ligt, een massage meepikt, een terrasje doet,… We gaan
tijdens een zonnig weekend naar het strand, op zoek naar de zon terwijl
een
koele bries zorgt voor een draaglijke warmte. Wordt het toch te warm
dan zoeken
we de koelte van het zilte water, likken in de vooravond een ijsje en
voor we
naar huis gaan bezoeken we nog een restaurant. Hierbij geven we ons ten
volle
over aan onze genotzucht en proberen zo in een goede ontspanning te
komen. Het
is hier misschien meer een karikaturale beschrijving, maar ze dient
enkel om
duidelijk te maken dat we ons hier geven aan onze gevoelens en ons zo
proberen
te ontspannen en de lome gevoelens van ons af te schudden. Waar het hier bij dit
voorbeeld
op aankomt is om aan te tonen dat dit meer een passief geven is aan
onze
gevoelens. Er zijn geen heldere gedachten, er is geen echte waarneming
voor de
omgeving, de natuur, de mensen, datgene wat aangeboden wordt. Je laat
je gaan
en vanuit deze passieve overgave ontstaat dan het gevoel van een
ontspanning.
Er is vooraf niet echt een denkprestatie aanwezig. In wezen geef je
jezelf nog
meer aan deze zwaarte en loomheid. Je ontspant jezelf door je te geven
aan
datgene wat je in wezen zou moeten loslaten of datgene wat je zou
moeten overwinnen. Om deze voorstelling
aanschouwelijk te maken kunnen we eens een yogaoefening bekijken. De
oefening dient
hier meer om datgene wat gezegd is klaar voor te stellen. Nemen we als
voorbeeld de hoofd-knie, in vakterminologie heet de
oefening paçcimottånåsana.
Als je wat nauwkeuriger
kijkt
zie je heel duidelijk dat de persoon zich meer passief in de oefening
laat vallen.
Lichamelijk is er geen kracht en zelfs geen inzet aanwezig. Het beeld
van de
oefening is een uitdrukking voor een lichamelijke en zelfs mentale
passieve
overgave. De persoon laat zich vallen in de gemoedskrachten waardoor er
geen
werkelijke betrokkenheid aanwezig is. Door zich zo passief over te
geven ontstaat
er geen verbinding met het lichaam, met de omgeving en met jezelf, er
is geen
kracht aanwezig en er ontstaat veeleer een isolement, een afgesneden
zijn. Het
zenuwstelsel kan zich hierdoor niet opbouwen en door dit isolement
ontstaat een
verlies aan kracht en daardoor nog meer een uitputting. Je kan
duidelijk zien
dat door deze manier van oefenen misschien wel een subjectief aangenaam
gevoel
ontstaat. Bekijk je de oefening wat nauwkeuriger dan merk je dat je
jezelf nog
meer in je passiviteit, in je eigen isolement naar binnen werkt. Er is
geen
vooruitgang, integendeel meer een achteruitgang. Je wordt nog meer
afhankelijk
van de eigen zwaarte, je geraakt nog meer geïsoleerd en daardoor
vind je niet
de rust die je werkelijk wenst. Je verliest nog meer aan kracht. Hoe
kan er nu
werkelijk een opbouw komen? Een opbouw kan enkel dan
komen
als je actief betrokken geraakt. De oefening moet actief doorvormd
worden. Bij
het actief doorvormen van een oefening vertrek je niet van een gevoel,
maar vanuit
een waarneming, een heldere voorstelling, een aanschouwelijk beeld.
Vertrekkend
vanuit deze aanschouwelijke en plastische voorstelling verzamel je de
wilskracht en ga je op een praktische manier in de oefening. Doordat de oefening vertrekt vanuit de klare
voorstelling en waarneming kan je ook veel beter de wervelkolom
aanvoelen. Je
voelt de spanningen in de benen en de rug, je voelt de knelpunten, maar
wat
veel belangrijker is, na enige oefening voel je ook vanwaar de kracht
moet
komen en hoe je deze kracht kan opbouwen. De voorstelling blijft niet
bij
een intellectueel theoretisch denken. De voorstelling versterkt de
waarneming
en leidt tot een beter aanvoelen hoe je uit eigen mogelijkheden een
nieuwe
kracht kan ontwikkelen. Dit leidt tot een totaal nieuwe verbinding, een
veel
vrijere verbinding tegenover het lichaam en tegenover de opgebouwde
spankracht
en leidt uiteindelijk ook tot een grotere ontspanning. Bij vermoeidheid voelt het
lichaam zwaar aan, loom en krachtloos. Het bewustzijn is gevangen door
de
zwaarte van het lichaam, door de zwaarte van de gevoelens. Je bent hier
niet in
een gezonde verbinding tegenover het lichaam, maar meer in een loom,
zwaar,
passief gevangenschap tegenover het lichaam. Dit toont aan dat je meer
in een
emotionele verbinding staat tegenover het lichaam. Als je vanuit een
aanschouwelijke voorstelling een oefening uitvoert ontstaat een veel
lichtere,
vrijere verhouding tegenover het lichaam. Door passief te
blijven geraak je niet uit de zwaarte, de vermoeidheid of de emotionele
verbinding tegenover het lichaam. Je blijft in je spanningen zitten. In
wezen
gaat het niet om een verbinding maar een gebondenheid. Bij de oefening
vertrek je vanuit een klare voorstelling die je levendig doordenkt en
doorvormt. Hierdoor vertrek je niet vanuit je eigen zwaarte en je
isolement,
maar uit de levendige voorstelling over de strekking van de wervelkolom
of het
opgericht zijn van de wervelkolom. Vanuit deze voorstelling ga je dan
werkelijk
nieuwe gewaarwordingen en een totaal nieuwe kracht kunnen opwekken.
Hierdoor
overwin je langzaam maar zeker de zwaarte en ontstaat er een
levendigheid in
het bewustzijn, je komt uit je isolement in een vrijere verbinding
tegenover
het lichaam en je voelt je daardoor meer ontspannen, niet zo bedrukt.
Uit de
activiteit ontstaat uiteindelijk ontspanning. De oefening ziet er dan als
volgt uit: De
hoofd-knie met spankracht Als je iets nauwkeuriger
naar
deze oefening kijkt dan merk je dat er duidelijk een strekkracht
aanwezig is,
in vakterminologie spreken we van een spankracht. Deze spankracht is
over de
volledige wervelkolom aanwezig en vooral vanuit het middelste gedeelte
van de
wervelkolom naar boven. Het heiligbeen, de lenden en de
borstwervelkolom worden
actief doorgestrekt. De nek en de schouders blijven evenwel ontspannen
en zelfs
ook de armen en de handen blijven zo goed als mogelijk ontspannen.
De fysische lenigheid is
niet
zo belangrijk, het komt er vooral op aan dat de opbouw van de oefening
niet
vertrekt vanuit het gemoed maar vanuit een klare voorstelling en een
gerichte
waarneming. Of je hier nu ver of niet ver in de oefening kan komen
speelt
weinig rol. De voorstelling, die een nieuwe verbinding tegenover het
lichaam
met zich meebrengt en daardoor langzaamaan ook meer krachten tot
ontwikkeling
brengt, staat in het midden. Keren
we eens op onze stappen terug en gaan we weer naar onze daguitstap aan
zee. Stel
je voor, we liggen in de zon en koelen af in het zilte water. Hierboven
hebben
we op karikaturale wijze meer de passieve manier van een dagje aan het
strand
beschreven. Zoals je al kan vermoeden is er nog een andere manier
waarop je te
werk kan gaan en toch een ontspannen houding kan vinden. Je kan meer
met een
waarneming in de zon liggen. Een waarneming tegenover de zonnestralen,
hoe zijn
de zonnestralen, komen ze je aangenaam tegemoet of meer stekend. Een
waarneming
tegenover de wind of het aangenaam afkoelend briesje, tegenover de
temperatuur
en als we zwemmen tegenover het water. Hierdoor krijgen we een totaal
nieuwe
gewaarwording tegenover de ons omringende natuur. Uit de gerichte
waarneming
ontstaat een nieuwe gewaarwording en een veel vrijere verbinding
tegenover het
zware gemoed waarin we ons bevinden. Innerlijke
activiteit We kunnen bovenstaande eens
vergelijken met een yogaoefening die meestal voor en na een yogasessie
gemaakt
wordt. Dit is de ontspanningsoefening in rugligging, ook çavåsana
genaamd.
Deze oefening is niet zomaar passief op de grond liggen. We
overlopen heel bewust en met een zachte sturing in onze waarneming het
lichaam.
We beginnen bij voorkeur onderaan met de tenen, de voeten en de hielen.
Vervolgens
gaan we verder met de kuiten, de scheenbenen, de knieën, de dijen,
het zitvlak,
het bekken, het heiligbeen, de lendenwervels, de borstwervelkolom, de
buik, de
borstkas met ribben en borstbeen, de sleutelbeenderen, de
schouderbladen. Dan
gaan we naar de armen en overlopen het lichaam verder naar beneden met
de
bovenarmen, de ellebogen, de onderarmen, de polsen en de vingers. Om af
te
ronden bekijken we aanschouwelijk de nekwervels, het achterhoofd, de
schedel en
de verschillende gelaatsdelen zoals o.a. het voorhoofd, de wenkbrauwen,
de
oogleden, de wangen en de lippen. We bekijken het lichaam
vanuit
een bewuste voorstelling en zo komen we in een totaal nieuwe verbinding
tegenover het lichaam, een vrijere, lossere verbinding. We laten de
zwaarte van
de gevoelens los en voelen ons meer gecentraliseerd, we voelen dat we
meer
verzameld zijn. De loomheid in het gemoed wijkt terug voor meer
lichtere en
vrijere gewaarwordingen.
Innerlijk
actief zijn in de ontspanningspositie De
wilskracht opbrengen om te denken Voor alle duidelijkheid is
het
belangrijk om te vermelden dat precies dit proces bij vermoeidheid heel
moeilijk en quasi onmogelijk lijkt. Precies deze aanschouwelijke
voorstellingen
erbij brengen, wakker en aandachtig bekijken en doordenken lijkt een
uitermate
zware en moeilijke opdracht. De ontspanningspositie in rugligging is
fysisch
gemakkelijk uit te voeren. Heb je toch enkele rugproblemen dan kan je
een of
zelfs de twee benen plooien en de voeten op de grond plaatsen of
eventueel kan
je een kleine handdoek onder de lenden leggen. Belangrijk is evenwel dat je
telkens probeert om de waarneming klaar en helder te behouden en vanuit
dit
aanschouwelijk beeld de lichaamsdelen te overlopen. Nadat je de wakkere
blik
tegenover het lichaam gevormd hebt kan je de ademhaling in haar vrije,
ritmische verloop volgen. Dit telkens opnieuw
opbrengen
van de aandacht, dit telkens opnieuw opbrengen van een voorstelling is
precies
datgene wat versterkend en ondersteunend werkt en dat tot een algemene
lichamelijke
maar ook mentale versterking en ontspanning leidt. Je vertrekt dus ook
hier
niet vanuit de lome, zware en passieve gevoelens. Je vertrekt vanuit
een
aanschouwelijk beeld, een gedachte en vanuit deze gedachte vind je een
nieuwe
verbinding tegenover het lichaam. Dit aanschouwelijke beeld
tegenover het lichaam overeind houden lijkt bij zware
vermoeidheidsfasen quasi
onmogelijk. De waarneming zakt voortdurend weg in de zwaarte,
schuldgevoelens,
gevoel van niet kunnen, dromerige en zweverige gevoelens, benevelde
gedachten,…
en toch is het belangrijk dat je zonder dwang, onvermoeibaar en
geïnteresseerd
voor enkele tot een tiental minuten deze waarneming telkens opnieuw
erbij wil brengen
en zo de opbouwende mogelijkheden in jezelf versterkt. Conclusie Het komt er hier bij deze
uiteenzetting op aan om het verschil te zien. Aan de ene kant kan je je
passief
overgeven waardoor je wel in een ontspanning komt, maar waarbij het
zelfs
duidelijk zichtbaar werd dat je niet in een algemene lichamelijke en
mentale
versterking komt. Aan de andere kant gebruiken we volgens de eigen
mogelijkheden op een gerichte manier ons bewustzijn en onze waarneming.
Ook
hier was het zichtbaar dat deze actieve inzet tot een versterking leidt
en van
daaruit ook een ontspanning erbij brengt. De yogaoefeningen dienen
hier
om het thema aanschouwelijk te maken. Als je door de hoofd knie
spankracht,
sterkte en vertrouwen wenst te ontwikkelen, dan doe je dit door eerst
een
voorstelling te maken over de oefening en over deze spankracht. De
innerlijke activiteit,
dit vormen van een aanschouwelijke voorstelling over spankracht en
activiteit,
leidt ertoe dat je deze kracht, vastberadenheid ontwikkelt. Je mag je niet te snel aan je negatieve
gevoelens overgeven, dan verlies je meer je krachten en geraak je in
een groter
isolement. Je kan bij de tweede oefening van de hoofd knie duidelijk
zien dat
er daar een sterkte aanwezig is, dat de oefening niet begint vanuit een
gevoel
maar vertrekt vanuit een gedachte, een voorstelling, een waarneming
tegenover
de oefening. Je kan bijvoorbeeld de oefening vormen vanuit de
voorstelling dat
je de wervelkolom intensief strekt. Interessant is hierbij dat uit deze
voorstelling een aangename verbinding ontstaat tegenover het lichaam,
tegenover
de omgeving en tegenover jezelf. Je komt uit de zwaarte en in een
levendige,
lichtere verbinding tegenover jezelf en de omgeving. Je kan de zwaarte
overwinnen door je eerst een levendige voorstelling te vormen over de
spankracht, het krachtig in de oefening gaan. |